Leg de twee mogelijkheden naast elkaar
Zet ‘Kies de stationslocatie voor het grote aantal voorbijgangers en toets de tijd die zij over hebben’ en ‘Onderzoek de wijklocatie op terugkerende bezoekers en het bereik buiten de ochtendpiek’ als kolommen naast elkaar. Gebruik ‘Twee observatieformulieren met gelijk meetinterval’ om in beide kolommen hetzelfde aspect te beoordelen. Wanneer de ene optie een uitgebreidere opdracht omvat, markeer je eerst dat verschil. Een kortere doorlooptijd, lager bedrag of groter bereik kan anders vooral een verschil in afbakening weerspiegelen.
De afweging achter ‘Kies de stationslocatie voor het grote aantal voorbijgangers en toets de tijd die zij over hebben’ wordt pas duidelijk wanneer je het gevolg bespreekt. Controleer wie deze aanpak in de praktijk moet uitvoeren. Vraag daarna wat er verandert onder ‘Onderzoek de wijklocatie op terugkerende bezoekers en het bereik buiten de ochtendpiek’. Leg vast welke informatie je daarbij van een ander nodig hebt. Gebruik dit verschil voor ‘Tel stoppen afzonderlijk van passeren’, ook als de keuze nog openblijft.
De twee condities in het werkblad
Gebruik de twee waarden als controle op je vergelijking. Stationspassage op dinsdagochtend komt uit op 184 personen per 20 minuten. Bij wijkcentrum op dinsdagochtend staat 72 personen per 20 minuten. Het verschil bedraagt 112 personen per 20 minuten in neerwaartse richting. Bespreek of dit verschil voor kandidaat voor lunch en gemak zwaar genoeg weegt om de andere mogelijkheid los te laten. De uitkomst van de som en de keuze zelf zijn twee verschillende stappen.
Maak de keuze achter «Tel stoppen afzonderlijk van passeren» zichtbaar in twee kolommen. De optie «Kies de stationslocatie voor het grote aantal voorbijgangers en toets de tijd die zij over hebben» en de optie «Onderzoek de wijklocatie op terugkerende bezoekers en het bereik buiten de ochtendpiek» vragen mogelijk ander bewijs. Houd 184 personen per 20 minuten en 72 personen per 20 minuten bij hun eigen conditie en leg uit welke van de twee bruikbaar is voor deze vergelijking. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Twee observatieformulieren met gelijk meetinterval. Schrijf de doorslaggevende voorwaarde bij jouw voorkeur. Daarmee kan een collega ook een andere conclusie trekken wanneer die voorwaarde verandert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Werk de vergelijking af met één zin voor het team. Noem de voorkeur, de reden en de voorwaarde die nog moet worden bevestigd. Als ‘Herhaal de telling op zaterdag’ voor die bevestiging nodig is, houd je die taak apart. Zo blijft een voorlopig voordeel herkenbaar als voorlopig.
Een locatieprofiel geeft richting voor een bezichtiging. De gegevens van een werkelijk pand vragen afzonderlijke controle. Bij de vraag ‘Tel stoppen afzonderlijk van passeren’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over passage door de stationshal of het wijkcentrum. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.



